Veiligheid bij gebruik van 400/230 Volt AC in voertuigen


Steeds vaker worden laagspanningsopwekeenheden toegepast in voertuigen. Een laagspanningsopwekeenheid kan een aggregaat of omvormer zijn. In rubriek 717 van de NEN1010 uitgave 2007 worden diverse mogelijkheden omschreven hoe men elektrische veiligheid in voertuigen kan verkrijgen. Veel van deze mogelijkheden mogen alleen gebruikt worden als de installatie bediend of onder toezicht gebruikt wordt door een onderricht persoon. Een onderricht persoon is iemand die op elektrisch gebied weet waarmee hij bezig is, veelal zijn dit niet de gebruikers die met dit soort installaties werken. Bijvoorbeeld de metaalbewerker, lasser, rioolreiniger, servicemonteur enz. enz. Om onveilige situaties te voorkomen, behandelen wij alleen de mogelijkheden van beveiliging tegen elektrische schok gericht op ondeskundige gebruikers.




Rubriek 717 is als volgt samen te vatten:

Rubriek 717 is van toepassing op verrijdbare of verplaatsbare eenheden, u moet dan denken aan:
* Mobiele werkplaatsen
* Brandweerauto’s
* Schaftketen
* Promotie trailers
* Enz. enz.
De bepalingen zijn niet van toepassing op:
* Toercaravans, campers en stacaravans
* Verkoopwagens, aanhangwagens en vergelijkbare verrijdbare eenheden die al of niet voor verkoopdoeleinden worden gebruikt.

Bepaling 717.313 geeft methoden aan die voor de voeding van een eenheid kunnen worden gebruikt. (Wij beperken ons tot aansluiting volgens 717.313.a op een laagspanningsopwekeenheid in overeenstemming met rubriek 551.)

Bepaling 717.411 geeft aan dat voor de voeding volgens 717.313 a uitsluitend TN- en IT-stelsels toegelaten zijn, waarbij bescherming door automatische uitschakeling van de voeding tot stand moet worden gebracht en is:
* Bepaling 717.411.4 van toepassing voor TN-stelsels.
* Bepaling 717.411.6 van toepassing voor IT-stelsels.

Bepaling 717.411.4.2 geeft aan dat wanneer het TN-stelsel is toegepast in eenheden met een geleidend omhulsel en de voeding is volgens 717.313 a of c dit omhulsel verbonden moet zijn het sterpunt of, indien dat niet aanwezig is, met een faseleiding. Wanneer het TN-stelsel is toegepast in een eenheid zonder geleidend omhulsel, moeten de metalen gestellen van het materieel binnen de eenheid met behulp van een beschermingsleiding zijn verbonden met het sterpunt, of indien dat niet aanwezig is, met een faseleiding.
Let op !!! Deze bepaling sluit het gebruik van een aardelektrode in overeenstemming met rubriek 312.2.1 niet uit.
De figuren in de bijlage van de NEN1010 die betrekking hebben op rubriek 717 suggereren echter wat anders.

Bepaling 717.411.6.2 geeft aan dat wanneer het IT-stelsel is toegepast in eenheden met een geleidend omhulsel de metalen gestellen van het materieel verbonden moet zijn met het geleidende omhulsel. Bij eenheden zonder geleidend omhulsel moeten de metalen gestellen binnen de eenheid onderling en met een beschermingsleiding zijn verbonden.
Verder geeft deze bepaling aan dat een IT-stelsel tot stand kan worden gebracht door:
* Een beschermingstransformator of een laagspanningsgenerator volgens NEN-EN-IEC 61557-8, waarbij een toestel voor
   isolatiebewaking is geïnstalleerd.
* Een transformator die een enkelvoudige scheiding tot stand brengt maar uitsluitend in de hierna gegeven gevallen:
        1. Er is een toestel voor isolatiebewaking met of zonder aardelektrode geïnstalleerd dat zorgt voor automatische uitschakeling van de voeding
            bij een eerste fout tussen actieve delen en het raamwerk van de eenheid of
        2. Er zijn een toestel voor aardlekbeveiliging en een aardelektrode geïnstalleerd om automatische uitschakeling tot stand te brengen bij een
            defect in de transformator die leidt tot enkelvoudige scheiding. Elke stroomketen die aanwezig is voor de voeding van materieel dat buiten
            de eenheid wordt gebruikt, moet zijn beschermd door een afzonderlijk toestel voor aardlekbeveiliging met een toegekende aanspreektroom
            van ten hoogste 30 mA.



Een aardlekschakelaar in een IT-stelsel werkt niet.
Een aardlekschakelaar in IT-stelsels werkt alleen als de capacitieve koppeling, van de stroomvoerende geleiders naar aarde, voor de aardlekschakelaar vele malen groter is dan na de aardlekschakelaar. De praktijk leert ons dat dit in 99% van alle gevallen niet zo is.
Wij als Bender adviseren dan ook met nadruk om deze laatst genoemde mogelijkheid niet toe te passen. (zie bovenstaand schema)




Er blijven twee veilige mogelijkheden over en die zijn als volgt:

    1. Een TN-stelsel gebruiken met de juist geselecteerde aardlekbeveiliging en aardelektrode
        Bij het toepassen van een aggregaat als opwekeenheid mag men een type A of B aardlekbeveiliging gebruiken, bij het toepassen van een
        statische omvormer moet men vaak een type B aardlekbeveiliging selecteren. Type B aardlekbeveiliging zijn een factor 6 á 7 duurder
        dan een type A. Veelal zal men ook meerdere stuks aardlekbeveiliging moeten toepassen conform de NEN1010, waardoor het gezien de
        kosten en het ongemak van de aardelektrode geen praktische oplossing is.

    2. Een IT-stelsel gebruiken met een isolatiebewaker zonder de verplichting van een aardelektrode.
        Bij een aggregaat of een statische omvormer als opwekeenheid levert een IT-stelsel met isolatiebewaking een praktische betaalbare
        oplossing zonder dat er een aardelektrode benodigd is. Wel dient men rekening te houden dat bij het gebruik van statische omvormers er
        extra eisen gesteld worden aan de meetmethodieken van de isolatiebewaker. Deze mag niet nadelig beïnvloed worden door
        DC-componenten afkomstig van de omvormer of filters in de installatie. (rubriek 551.4.3.2)




Hierboven ziet u een principeschema met een omvormer en een Bender isolatiebewaker als beveiliging

Personen die buiten het voertuig gebruik maken van de door de omvormer opgewekte spanning zijn d.m.v. het IT-stelsel met isolatiebewaking optimaal beschermd tegen elektrische schok.
Bij deze oplossing is een aardelektrode niet nodig.
Productinformatie | © Bender Benelux B.V.